Van onze medewerker

Het leven zoals het is in een herkenbare wijk, die omwille van de Clouseau-link de naam Swentibold meekreeg: daarover gaat Domino, de musical.

De bewoners moeten omgaan met de lusten en lasten van het leven, en kijken bovendien aan tegen het verdwijnen van hun geliefde microkosmos. De ontluikende liefde tussen de nieuwkomer Dominique - Domino - en de sympathieke kleine crimineel Sam staat centraal, maar verstikt de andere verhalen niet.

Het script is dan ook voor driekwart kundig opgebouwd als een superieure soap, met dialogen die niet meteen een literaire prijs zullen winnen maar wel levensecht klinken. Alleen naar het einde toe raken de losse eindjes niet altijd even netjes aan elkaar geknoopt.

De troef van Domino is dat de musical nergens de indruk geeft bedacht te zijn om de kas van producent VTM of Clouseau Inc. te spijzen. Daarvoor is de voorstelling te warmhartig. Elke vorm van pretentie is de show vreemd, en het enige doel is het publiek meevoeren in een amusante maar soms ook erg emotionele tranche de vie.

Het is bijvoorbeeld behoorlijk moedig om een thema als euthanasie aan te snijden in een voorstelling als deze. Die scène is zo integer en puur uitgewerkt dat ze de voorstelling niet uit balans brengt en ze integendeel net iets meer diepgang geeft dan je van een Clouseau-musical zou verwachten. Niet verwonderlijk dat dan 'Afscheid van een vriend' weerklinkt.

Complexloos lachen

Zo is elke Wauters-hit blijkbaar geschikt om een verhaallijn of een emotie te accentueren. In de meeste gevallen stuwen de songs ongeforceerd en organisch het verhaal vooruit. Een wezenlijk kenmerk van een geslaagde jukeboxmusical.

De Clouseau-nummers krijgen zo een interessante nieuwe laag, zeker ook dankzij de frisse vertolkingen. Deborah De Ridder (Domino) kan ook met Belpop overweg, zo blijkt, en maakt bijvoorbeeld van 'Ik wil niet dat je weggaat' een hartverscheurende ballad met een onwaarschijnlijke uithaal op het einde.

De onderwijzer Alexander Metselaar als haar love interest had na zijn overwinning in de geflopte VTM-talentenjacht heel wat te bewijzen. Ondanks het feit dat hij qua spel en zang te vlak blijft, stelt hij toch niet teleur in een rol die duidelijk op zijn maat geschreven is.

De andere personages - de stugge beroepsmilitair, de macho-flierefluiter of het über-gay homokoppel - zijn gelukkig geen karikaturen, al hebben ze niet allemaal evenveel reliëf. De schrijvers hebben vooral scherpe contouren uitgetekend, maar laten het inkleuren over aan het publiek.

Ze krijgen bovendien geloofwaardigheid door de klasse van alle acteurs. Jurgen Delnaet en Maaike Cafmeyer gaan bijvoorbeeld gecontroleerd en hilarisch loos als het koppel François en Anne, terwijl het doorleefde spel van Anne Mie Gils (Linda) en Ivan Pecnik (Geert) vooral naar de keel grijpt.

En zo is Domino, de musical niet alleen een traktatie voor Clouseau-fans, maar ook voor theaterliefhebbers die eens complexloos willen lachen en huilen.